Hoofdmenu


Zoek


Contact

NL

Een eenvoudige analyse op fondsniveau kan helpen in de vaststelling of er een ‘match’ is tussen twee fondsen

Evenwichtige belangenafweging bij fusie of splitsing

De pensioenmarkt blijft volop in beweging. Gedreven door toenemende regeldruk, eisen ten aanzien van governance en stijgende kosten kijken fondsen kritisch naar hun visie op de toekomst. Niet zelden wordt hierbij ook buiten de grenzen van het eigen fonds gekeken. Aansluiting bij een BPF, fusie en recent ook aansluiting bij een APF worden steeds meer gezien als reële mogelijkheden. Recent toonde De Nederlandsche Bank ook weer de sterke daling van het aantal pensioenfondsen in Nederland; 20 jaar geleden waren dit er nog ruim 1000, 10 jaar geleden was dit al gedaald tot ruim 700 en inmiddels zijn dat er nog ‘slechts’’ 268. En de consolidatieslag lijkt hiermee nog niet voorbij.

In de genoemde redenen voor de consolidatie lijken de belangen van alle betrokkenen gelijk. Iedereen wil immers een betaalbare, uitvoerbare pensioenregeling. Toch zijn de belangen in de uiteindelijke keuze voor een toekomstbestendige oplossing niet altijd gelijk. Een deelnemer heeft immers andere belangen dan een werkgever, een actieve deelnemer andere doelstellingen dan een niet-actieve deelnemer en een oudere deelnemer andere doelstellingen dan een jongere deelnemer. Een verandering van de financiële opzet van een fonds heeft per definitie invloed op een of meerdere groepen betrokkenen. In het onderzoek naar de gewenste richting moeten al deze belangen op evenwichtige wijzen worden meegenomen en afgewogen.

Aansluiting of fusie van fondsen

In geval van een mogelijke fusie tussen twee fondsen of aansluiting van een fonds bij een BPF of gedeelde kring in een APF zijn drie zaken van groot belang: de financiële opzet van het nieuwe fonds, de samenstelling van het nieuwe fonds en de dekkingsgraad van beide fondsen op het moment van fuseren of toetreden. Deze zijn van invloed op de belangen van verschillende groepen deelnemers en sponsor en bepaalt of er mogelijk sprake is van uitruil tussen groepen of overdracht van waarde tussen beide fondsen.

Financiële opzet

De financiële opzet van het nieuwe fonds bepaalt in hoge mate de ontwikkeling van de premies, pensioenen en risico’s. Zelden zal deze echter voor beide fondsen exact hetzelfde zijn als de bestaande opzet. Veranderingen hebben per definitie invloed op een of meerdere groepen belanghebbenden. Een andere premiestelling kan immers invloed hebben op zowel het niveau van de premie als op de bijdrage van de premie aan de dekkingsgraad en daarmee het pensioen voor alle deelnemers. Een ander risicoprofiel beïnvloedt het pensioen van alle deelnemers en heeft op korte termijn andere effecten dan op lange termijn. Toetsen of alle veranderingen in de financiële opzet voor de verschillende belanghebbenden evenwichtig uitpakt, is complex. Om voor alle belanghebbenden op verschillende horizonnen zowel de verandering in verwachting als de risico’s in beeld te brengen is scenarioanalyse noodzakelijk. Ook voor de verschillende deelnemers kan hier door middel van een analyse naar een aantal voorbeeld deelnemers (zgn. maatmensanalyse) worden bekeken wat de impact van overgang is en kan worden getoetst of deze evenwichtig uitpakt voor alle belanghebbenden.

Samenstelling fonds

De samenstelling van beide fondsen en het samengestelde fonds is een gegeven. Deze bestandsopbouw heeft grote impact op de ontwikkeling van het fonds en kan daarmee van invloed zijn op (een deel van) de deelnemers in de fondsen. De impact hangt in hoge mate samen met de dekkingsgraad van het fonds. Bij een hogere dekkingsgraad zal een oudere populatie immers leiden tot hogere vrijval uit de uitkeringen, en bij lagere dekkingsgraad kan een jonge populatie meer herstel uit premie bereiken. Om inzicht te krijgen in deze effecten, kan een simpele ‘herstelplan-achtige’ analyse enorm helpen. Deze geeft inzicht in de bijdrage van de premie, uitkeringen en indexaties en geeft daarmee een goed beeld in hoeverre er sprake is van een faire fusie tussen twee fondsen.

Verschil in dekkingsgraad

Zowel de financiële opzet als de samenstelling van het fonds bepalen of er in opzet een ‘match’ is tussen twee fondsen. Om tot een fusie of aansluiting te komen, moet echter ook sprake zijn van een gelijke dekkingsgraad. Wanneer dit niet het geval is, kan door het fonds met de hoogste dekkingsgraad een indexatiereserve worden gevormd of door het fonds met een lagere dekkingsgraad een korting worden doorgevoerd of een extra storting vanuit de werkgever worden gedaan. Het doorvoeren van een korting of het doen van een extra storting in veel gevallen niet haalbaar of gewenst. Het aanhouden van een tijdelijke indexatiereserve kan dan uitkomst bieden. Het besluit tot wijziging van het FTK van eind 2016 biedt hierbij extra ruimte, omdat indexatie uit een indexatiereserve in bepaalde gevallen, waaronder een fusie, tijdelijk niet hoeft te voldoen aan de eis van toekomstbestendigheid.

Bij het vormen van het indexatiereserve is er wel een addertje onder het gras. Wettelijk is namelijk bepaald dat in geval er een korting moet worden doorgevoerd, alle beschikbare middelen moeten zijn ingezet om deze korting te voorkomen. Daaronder vallen dus ook alle aanwezige reserves. In dit geval maakt het niet meer uit dat die reserve voor slechts een deel van de populatie is gevormd. Hiermee kan ook in de toekomst nog overdracht van waarden van het ene fonds naar het andere plaatsvinden. Dit is alleen te voorkomen door de indexatiereserve zodanig in te richten dat deze met grote zekerheid leeg is voor een korting aan de orde is.

Analyses noodzakelijk voor toetsing evenwichtigheid

Ondanks dat de achterliggende reden voor een onderzoek naar een fusie of aansluiting bij een BPF of APF vaak niet de financiële vooruitzichten voor de deelnemers is, is een toetsing hierop noodzakelijk in de toetsing naar de evenwichtigheid van een eventueel besluit. Een eenvoudige analyse op fondsniveau kan helpen in de vaststelling of er een ‘match’ is tussen twee fondsen. En een toetsing naar de impact voor verschillende deelnemers is noodzakelijk in de afweging of een voorgenomen keuze evenwichtig is. Ook DNB vraagt in haar toetsing naar een eventuele collectieve waardeoverdracht om deze analyse.